| Hoe begin je? | Technieken | Materialen | Stijl & Kleurgebruik | Meer hulp | Overige informatie |

 

 

 
Schakelen  
Ervaringsniveau techniek: beginner tot gevorderd
Benodigdheden: schakelkastjes, ringetjes,
  slotje
Gereedschap: platbektangetje, rondbektangetje
 

De techniek schakelen is niet zo ingewikkels als het lijkt. Je werkt met schakelkastjes, ook wel tussenzetsels genoemd. Deze kan je eventueel ook nog beplakken met swarovski steentjes.

Je begint met de schakelkastjes op een vlak oppervlak uit te leggen in de vorm en volgorde die jij mooi vindt en hoe je de ketting uiteindelijk wilt gaan maken. Vervolgens bevestig je ringetjes tussen alle schakelkastjes en aan het uiteinde een slotje. Dit doe je als volgt: je pakt het ringetje vast met 2 tangetjes, de platbek en rondbek, en buigt de uiteinden in tegengestelde beweging van elkaar af. Let op: dus niet naar buiten buigen! Dan worden de ringetjes ovaal en krijg je ze nooit meer mooi rond. Als je ze in tegengestelde beweging van elkaar af beweegt, dan behoud je de ronde vorm. Als je het ringetje hebt opengebogen, dan 'hang' je beide schakelkastjes aan het ringetje en buig je de uiteinden van het ringetje weer voorzichtig naar elkaar toe. Zorg dat de uiteinden precies op elkaar aansluiten, zodat er geen ruimte ontstaat waar iets tussendoor kan. Anders zou je iets kunnen verliezen.

Je kan schakelen ook goed combineren met andere technieken, zoals jasseron, rijgen en leerveters.